Een dag op onze school

Home Onze school Een dag op onze school

Hoe ziet het dagritme eruit:

Uiteraard verschilt een dagritme in elke bouw. Omdat we aan de start van schooljaar 2022-2023 met een nieuwe verdeling werken binnen het unitonderwijs en op het gebied van thuisgroepen is dit gedeelte op onze website nog niet geheel up-to-date. We doen ons best om dit zo spoedig mogelijk compleet te maken.

De thuisgroep
Er zijn 7 thuisgroepen. Eén thuisgroep in de onderbouw (groep 1-2), drie thuisgroepen in de middenbouw (jaargroepen 3, 4 en 5 gecombineerd) en drie thuisgroepen in de bovenbouw (jaargroepen 6, 7 en 8 gecombineerd). Elke thuisgroep heeft een eigen leerkracht. De thuisgroepen zijn zo veel mogelijk evenredig samengesteld. De thuisgroep heeft een eigen lokaal waar de basis ligt en de de kinderen de meeste tijd doorbrengen. Ze komen hier bij elkaar en hebben het grootste gedeelte van de dag les in dit lokaal.

De leerkracht
De thuisgroepleerkracht is de directe coach, mentor en begeleider voor de kinderen. Hij of zij is verantwoordelijk voor het kind. De thuisgroepleerkracht helpt kinderen met al hun vragen, geeft het kind les in een groot deel van de vakgebieden en volgt de ontwikkeling en vooruitgang heel nauw. Dit gebeurt door middel van wekelijks intensief overleg met de leerkrachten die de leerlingen lesgeven in vakgebieden. De groepsleerkracht verzamelt ook alle informatie die beschikbaar is over de leerlingen van zijn of haar thuisgroep. Naast de portfolio’s van de leerlingen beheert de thuisgroepleerkracht ook de toets- en observatiegegevens uit het digitale administratieprogramma ParnasSys en Cito-LOVS. Daarnaast is de thuisgroepleerkracht het eerste aanspreekpunt voor ouders en/of verzorgers.

Binnen het dagritme komen alle vakgebieden aan bod. Denk hierbij aan rekenen, taal, begrijpend lezen, technisch lezen en spelling. Zaakvakken zoals aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, burgerschap, natuurkunde worden gevangen binnen het Opeduca onderwijs.

Binnen het lesprogramma wordt consequent tijd ingericht voor ontwikkeling op eigen niveau. Dit gebeurt binnen stoei- en groeimomenten. Hierin is er aandacht voor vakgebieden waarin een leerling ofwel moeite ervaart, ofwel wordt uitgedaagd met verdieping en/of verbreding in een bepaald vakgebied.

Rode draad door periodes zijn de portfoliomomenten. Hierin voert het kind met de thuisgroepleerkracht gesprekken over zijn of haar voortgang. De leerkracht gebruikt het portfolio om met het kind te kunnen reflecteren op zijn ontwikkeling. In de portfoliogesprekken geeft de leerkracht feedback en stelt, samen met het kind, vast welke vooruitgang het geboekt heeft. Kinderen worden begeleid in het uitstippelen van een nieuw leertraject. Door kinderen ‘zelf’ kritisch terug te laten blikken en reflecteren op een periode, worden kinderen ook bewust van hun eigen leertraject. Samen met de thuisgroepleerkracht stellen ze doelen en een bijbehorende leerroute op, om in een volgende periode aan te werken. Dat is een van de belangrijkste vaardigheden die ze ontwikkelen op onze school.

Het dagritme in de bovenbouw (groepen 6, 7 en 8)

Aan het begin van de ochtend verzamelen de kinderen zich in hun eigen thuisgroep, zodat aan- of afwezigheid van leerlingen direct wordt opgemerkt door de thuisgroepleerkracht. Tijdens de dagopening in de thuisgroep bespreken de kinderen de dingen die zij hebben meegemaakt, nieuws- en gevoelsonderwerpen, het thema van waaruit gewerkt wordt of een onderwerp dat door de leerkracht wordt ingebracht. Er wordt verteld hoe de dag eruit zal gaan zien.

Rekenen

Na het bespreken van de dag in de thuisgroep staat er een rekenronde op het programma. Ieder kind rekent minimaal 1 uur per dag op eigen differentiatieniveau. Dit rekenonderdeel is voor ieder kind verplicht. De kinderen werken binnen dit verplichte leerstofaanbod op hun eigen ontwikkelings-en leerjaarniveau binnen de unit. Niet alle kinderen hebben evenveel instructie nodig.

Dit betekent in de praktijk dat leerlingen met een voorsprong in hun werkboeken alleen de ‘meer ingewikkelde’ opdrachten maken waarna ze aan de slag gaan met verbreding en verdieping. Hierna volgt voor deze leerlingen een extra uitdaging in de vorm van een speciaal werkboek genaamd meesterwerk. Kinderen krijgen de ruimte om dit op het leerplein te doen. Hier werken de leerlingen veelal zelfstandig aan hun werk. De leerlingen werken op het leerplein al dan niet onder begeleiding van een leerkracht aan de leerstof van hun leerjaar of op hun niveau.

Kinderen die meer moeite hebben met het vakgebied worden intensief begeleid door in een kleine samenstelling (2-5 leerlingen) de verwerking van de les intensief begeleid te maken met de leerkracht.

Binnen de rekenronde wordt gebruik gemaakt van de rekenmethode Getal en Ruimte Junior en de extra rekenaanpak Met Sprongen Vooruit.

Taal

Na rekenen gaan de leerlingen aan de slag met taal. Ook tijdens deze taalronde werken de kinderen binnen een verplicht leerstofaanbod op hun eigen ontwikkelings-en leerjaarniveau binnen de unit. Deze taalronde is net zoals de rekenronde voor ieder kind verplicht. Binnen de taalronde werken wij met een gestructureerd programma als waarborg voor een gedegen woordenschat, lees- en schrijfaanbod. Binnen de taalronde wordt gebruik gemaakt van de methode Staal. Na de taalronde volgt de korte pauze in de ochtend.

Begrijpend lezen/ studievaardigheden

Na de pauze volgen de kinderen een ronde begrijpend lezen. Dit vakgebied komt vier keer terug in de week. Daarnaast is er eenmaal in de week ruimte voor studievaardigheden. Dit richt zich op vaardigheden die kinderen in hun toekomst nodig hebben om tot leren te komen. Denk hierbij aan het gebruik van woordenboeken of het lezen van registers, kaarten of schema’s en tabellen.

De grootste aandacht gaat naar begrijpend lezen wat in principe terugkomt in elk vakgebied. Begrijpend lezen wordt aangeboden met behulp van de methode Kidsweek. Echter ontwerpen en verzamelen onze leerkrachten altijd krachtige lesstof en lesactiviteiten buiten de methode om, om specifiek te werken aan strategieën waar kinderen baat bij hebben om krachtig te kunnen ontwikkelen.

Leesbevordering

Lezen vormt de basis van leren. We hebben leesonderwijs dan ook hoog in het vaandel staan. Een jaar geleden hebben we met trots een eigen schoolbibliotheek gerealiseerd. De ervaring leert dat kinderen krachtiger ontwikkeling doormaken als het leesniveau in orde is. We zetten middels de schoolbibliotheek dan ook in op bevordering van het leesplezier. Kinderen gaan met de thuisgroep minimaal eenmaal in de week naar de schoolbieb om zich lekker terug te trekken in een huiselijke omgeving waarin ze kunnen verdwalen in hun zelf gekozen boeken naast de reguliere leesmomenten.

Wekelijks biedt de thuisgroepleerkracht ook activiteiten aan ter bevordering en stimulering van lezen. Dit gebeurt met behulp van een grote diversiteit aan activiteiten waarin kinderen vooral spelenderwijs bezig zijn met lezen en leesactiviteiten.

Grote pauze

Tijdens de grote pauze wordt er voor alle leerlingen op de lange dagen (ma, di, do, vr) fruit en groente aangeboden. Kinderen maken kennis met (voor hen mogelijk) onbekend fruit en groente. Dit initiatief is onderdeel om kinderen bewust te maken van een gezonde leefstijl.

Opeduca

Opeduca onderwijs in ontzettend groot. Elk jaar staat er schoolbreed een thema centraal. Dit jaar staat is het thema voeding in de spotlight. In de bovenbouw staat de eerste periode van het schooljaar in het teken van vaardigheden ontwikkelen. Zo wordt er aandacht besteed aan digitale vaardigheden zoals werken met Word, PowerPoint en Office. Ook presenteren krijgt de aandacht door workshops die gericht zijn op het maken van onder andere: een werkstuk, een collage, een woordveld en mindmap.

Leerstofaanbod
Kinderen die minder uit zichzelf tot leren komen bij rekenen, lezen, schrijven en spellen en ook meer ondersteuning nodig hebben op deze vak- en vormingsgebieden krijgen extra tijd en aandacht tijdens “Stoei en groei” tijd. Wij werken in deze gevallen met een gestructureerd programma als waarborg voor een gedegen reken-, lees-, schrijf- én spellingaanbod. Kinderen worden in dit geval voor deze vakgebieden waar nodig extra begeleid.

Certificaten en diploma’s
Een manier om te bewijzen dat je een nieuw onderdeel beheerst, is het werken voor een certificaat of diploma. Voor kinderen werkt dit heel motiverend.

Toetsen
Regelmatig worden reken- en taalonderdelen getoetst. Een toets is een prima middel om te onderzoeken of een kind iets beheerst. Het maken van een toets gebeurt meestal in de groep, maar ook soms individueel en in overleg met het kind. Op die manier kan de thuisgroepleerkracht samen met het kind zien of basisonderdelen van bijvoorbeeld lezen, spellen, rekenen beheerst worden.

Werken met schoolthema’s
De kinderen werken rondom een centraal schoolthema zelfstandig aan onderzoeksvragen. We werken vanuit “The Grej of the day”. Leerkrachten, leerlingen, ouders/ verzorgers of andere kennispartners met bepaalde kennis, kwaliteiten, vaardigheden en/of talenten worden geraadpleegd en/of ingezet.

Het is belangrijk dat het aanbod zo wordt vormgegeven dat kinderen eruit kunnen halen wat ze nodig hebben. Er wordt gebruik gemaakt van o.a. meervoudige intelligentie, coöperatieve werkvormen, computers en digitale schoolborden waarop leerlingen ook hun presentaties mogen houden. Bovenstaande activiteiten kunnen zowel binnen en rondom de school plaatsvinden als op locatie.

Volgen van ontwikkeling

Onze leerkrachten observeren de kinderen in de unit tijdens de instructie, als ze aan het werk zijn, als ze een ronde volgen of met elkaar werken of spelen. Alle gegevens worden ingevoerd in ons digitaal volg- en administratiesysteem. Kinderen van de bovenbouw maken met de thuisgroepleerkracht afspraken over hun gemaakte werk. Deze afspraken komen terug in hun portfolio. Onze school werkt met eigen leerlijnen (SLO & methode) in kindertaal en ontwikkelingsgrafieken. Het gaat hierbij om kennis en vaardigheden. Aandacht gaat uit naar de individuele ontwikkeling en de vooruitgang.

We doen iedere dag ons best om kinderen het maximale uit zichzelf te laten halen. De leerlijnen geven de kinderen tevens zicht op wat er allemaal te leren is in de basisschool. Ons startpunt is datgene wat het kind kan en niet datgene wat het kind niet kan. Kinderen zijn erg gemotiveerd om te leren omdat het startpunt hun eigen kennis is. Door die motivatie wordt er erg effectief geleerd.